EEN SCRIPTIE SCHRIJVEN (deel 2/3)
KORTE EN DUIDELIJKE TIPS VOOR ONDERZOEKSOPDRACHTEN EN -TENTAMENSTOF (HBO/MBO+).
HBO-SCRIPTIE / OPBOUW VAN EEN ONDERZOEKSVERSLAG  2/3
Hoofdstukindeling (Dit kan per Hbo-opleiding nog verschillen.  Informeer bij je opleiding of je een voorbeeldscriptie mag inzien).  Hoofdstukken in grijs zijn behandeld in mijn blog nr. 12 (Scriptieopbouw deel 1).
De inhoud van een scriptie (licht gekeurde hoofdstukken zijn al behandeld in deel 1 ) Klik op een titel als je direct naar de
beschrijving wilt.
Inhoud

  • Omslag/Titelblad

  • Voorwoord (dankwoord)

  • Inhoudsopgave

  • Management samenvatting

  • Inleiding

  • Theorie/modellen en context

  • Methode

  • Resultaten

  • Conclusie, Aanbevelingen

  • Reflectie/discussie

  • Literatuurlijst

  • Bijlagen


4. RESULTATEN
In het hoofdstuk Resultaten presenteer je de resultaten van enquêtes, observaties of interviews.
Geef na de titel eerst een korte uitleg over de inhoud van het hoofdstuk, bijvoorbeeld:
4. RESULTATEN
      In dit hoofdstuk worden de resultaten behandeld van de interviews met de expert en de twee managers,  de uitkomsten van de enquête onder het personeel en de eigen observaties.

4.1)   Resultaten kwalitatief onderzoek (interviews/ observaties / tekstanalyses)
Interviews
Geef hier samenvattingen van de interviews. Let er echter op dat je alleen samenvat wat nuttig is voor het beantwoorden van je deelvragen en probleemstelling. Neem het complete interview op in de bijlagen van je verslag.
[Tekstanalyse/coderen: Wanneer je teksten diepgaand moet analyseren dan moet je de resultaten presenteren door codering toe te passen. Hierover heb ik een apart blog geschreven waarin de stappen  'open coderen', 'axiaal coderen' en 'selectief coderen' worden uitgelegd.]
Observaties
Geef hier een samenvatting van je observaties. Bij het beschrijven van observaties is het belangrijk dat je ook de omstandigheden beschrijft en wie er aanwezig waren, waar men mee bezig was, welke systemen er  gebruikt zijn.
[Gestructureerde observaties: Wanneer het gaat om observaties waarbij gebruik is gemaakt van tellijsten/ turflijsten dan kunnen die gegevens op dezelfde manier gepresenteerd worden als de resultaten van enquêtes. In plaats van per vraag, worden dan de aantallen gegeven per ASPECT (dat je hebt gemeten)]
4.2)  Resultaten kwantitatief onderzoek (schriftelijke enquêtes ; face to face enquêtes; tellingen ; cijfermateriaal uit eerder onderzoek)
I: Bij kwantitatief onderzoek moet je beginnen met het beschrijven van de respons. HOEVEEL enquêtes zijn er totaal? Geef de achtergrond van de deelnemers (verdeling mannen/vrouwen; leeftijdsgroepen; woonplaats). Je moet namelijk eerst iets zeggen over de aantallen en de REPRESENTATIVITEIT van je enquête. Hebben bepaalde groepen niet meegedaan? Wat betekent dat dan voor je onderzoek?
II: Als je weinig enquêtes hebt dan is je onderzoek minder betrouwbaar en minder nauwkeurig. Je moet
laten zien dat je kan berekenen wat de nauwkeurigheid is (foutmarge) van je onderzoek en wat het betrouwbaarheidsniveau is. (Zie mijn blog over de STEEKPROEFFORMULE of gebruik de REKENHULP op de site).
III: Beschrijf de uitkomsten.
Schriftelijke enquêtes
Behandel de resultaten per enquêtevraag. Geef daarbij eerst de vraag die gesteld is en daarna de resultaten.  De resultaten geef je altijd in tabelvorm. Daaraan kan je een  grafiek toevoegen als het voor de lezer nodig is om het resultaat snel te begrijpen. (Grafieken dus NIET gebruiken als een tabel in feite al duidelijk genoeg is).
Pas ook op voor overbodige toelichtingen bij de tabellen. Hieronder een paar voorbeelden:
Voorbeeld van foutief gebruik van grafieken:
Student voegt aan de tabel ook nog een grafiek toe.
Wat is uw geslacht?

 
De lezer denkt:  'Ik weet echt wel wat 50% is. Daar heb ik geen grafiek voor nodig'.
Hieronder een voorbeeld van een verkeerde toelichting bij een tabel. In dit voorbeeld snapt de student kennelijk niet wat een toelichting is. Het is dus niet de bedoeling dat je gaat herhalen wat er al staat.
Wat is uw woonplaats?

Toelichting: 25% van de respondenten komt uit Amsterdam.
De lezer denkt:  'Dat staat toch precies zo in de tabel? Waarom wordt dit uitgelegd?'
In onderstaand voorbeeld geeft de student een GOEDE toelichting bij de tabel. De toelichting is hier een aanvulling en een eerste stap in de richting van interpretatie / analyse.
Wat is uw woonplaats?

Toelichting: De respons is niet gelijkmatig verdeeld over de steden. Deelnemers uit Rotterdam zijn oververtegenwoordigd in het onderzoek.
IV: Kruistabellen.
De student moet aantonen dat hij kan analyseren. Het beschrijven van resultaten in een tabel en/of grafiek is een eerste stap; het maken van korte toelichtingen is een tweede stap. De volgende stap die gezet moet worden is het zoeken van verbanden en verschillen. Het bedenken van kruistabellen is makkelijk. Je moet gewoon even rustig nadenken wat interessante combinaties zijn in de gegevens die je hebt verzameld. Hier weer een voorbeeld.
Het onderzoek heeft opvallend weinig respons gekregen uit Amsterdam. Hoe zou dat komen? Zouden misschien vooral vrouwen minder hebben meegedaan of zouden er juist minder mannen hebben meegedaan?'
De student maakt een KRUISTABEL waarbij hij de respons vergelijkt op woonplaats en geslacht.

Toelichting: De respons is niet gelijk verdeeld onder mannen en vrouwen. Het verschil in respons is vooral in Amsterdam groot.

 
 
 
 
 
 
 
V: Toetsen.
Gegevens verzamelen en beschrijven is veel werk maar in feite kan iedereen dat. Voor een HBO diploma moet je meer doen. Het analyseren van cijfermateriaal is niet compleet wanneer je geen berekeningen maakt van de SIGNIFICANTIE. Met deze berekeningen (toetsen) bepaal je of de uitkomsten van je onderzoek misschien een gevolg zijn van de STEEKPROEF. Je hebt immers niet iedereen geenquêteerd.  Misschien had je gewoon nog wat meer mensen mee moeten laten doen...  Deze berekeningen worden vaak gedaan in het programma IBM SPSS. Significantie gaat over de vraag of de resultaten TOEVAL zijn en er met een andere of grotere steekproef wat anders uit zou komen.
Voorbeeld: Een student heeft onderzoek gedaan naar de klanttevredenheid bij bedrijf ABC BV. Een van de vragen in de enquête was een stelling: 'In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling? De producten van ABC BV zijn van goede kwaliteit'.  De student heeft een kruistabel gemaakt en toont die in het hoofdstuk Resultaten 4.2:
Vraag 7
'In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling? De producten van ABC BV zijn van goede kwaliteit'.
Toelichting: Van de mannen is 42% het (helemaal) eens met de stelling. Onder vrouwen is dat 31%.
Er zijn dus indicaties dat mannen de kwaliteit van de producten vaker goed vinden dan vrouwen.
Om te bepalen of de verschillen significant zijn (niet op toeval berusten als gevolg van de steekproef) is er een toets uitgevoerd in SPSS. Hieruit bleek dat er sprake is van een significant verschil in de beoordeling. (p=0,007). Mannen beoordelen de kwaliteit van de producten van ABC BV (significant) vaker goed dan vrouwen.
OPMERKING: De berekening zelf komt in de bijlage (zie hieronder)
Bijlage Toetsresultaten. Vraag 7

4.3)  Antwoord op deelvragen die nog niet beantwoord zijn
Na het presenteren van kwalitatieve resultaten in 4.1. en kwantitatieve resultaten in 4.2 heb je misschien nog niet alle deelvragen van je onderzoek beantwoord. In dat geval kun je een extra hoofdstuk toevoegen getiteld 4.3 'Beantwoording overige deelvragen'. In dit hoofdstuk toon je eerst opnieuw de deelvraag die beantwoord moet worden. Daarna presenteer je de gegevens die je hebt gevonden om de deelvraag te beantwoorden.
Voorbeeld: Student Jasper deed onderzoek naar personeelsbeleid. Doel van het onderzoek was om te komen met adviezen voor een ander/ beter personeelsbeleid. Een van zijn deelvragen was Wat zijn de gevaren van een ander personeelsbeleid?  Om deze deelvraag te beantwoorden heeft hij gegevens uit vakliteratuur gehaald. Deze resultaten heeft hij verwerkt in de CONTEXTANALYSE (Hoofdstuk 2);  gegevens uit interviews met managers heeft hij behandeld in het hoofdstuk 4.1.2 Resultaten (interviews); gegevens uit interviews met experts heeft hij behandeld in 4.1.1 Resultaten (interviews); een aantal vragen uit de enquête heeft hij al behandeld in hoofdstuk Resultaten 4.2. De gegevens die antwoord geven op de deelvraag zijn dus wel gepresenteerd maar ze moeten eigenlijk bij elkaar gezet worden. Ondanks dat Jasper dus alle resultaten heeft gepresenteerd heeft hij nog geen antwoord geformuleerd op de deelvraag. Want om deze vraag te beantwoorden moet hij de resultaten gaan combineren.
4.4) Toepassen van het model
Als het goed is heb je in het begin van je verslag een literatuuronderzoek gedaan. Je hebt daarbij modellen gevonden met uitleg (theoretisch kader). Je kon de modellen alleen beschrijven en uitleggen want je had nog geen gegevens verzameld (enquêtes/ interviews). In hoofdstuk 4.4 ga je nu het model opnieuw bespreken. Je hoeft het model niet meer uit te leggen (dat heb je al gedaan) maar je moet het model gaan toepassen op de gegevens die jij hebt verzameld. Het is een soort invuloefening. Doel van dit hoofdstuk is om antwoord te geven op de volgende vragen: 'In hoeverre sluit het model aan op de feiten die jij hebt gevonden tijdens je onderzoek? Hoe bruikbaar is het model?
APA/Bronvermelding.  De scriptiecommissie moet kunnen controleren of je feiten niet hebt verzonnen of bepaalde artikelen verkeerd hebt overgenomen. Daarom moet je overal in je verslag bronnen vermelden.  Het kan gaan om cijfermateriaal dat je van websites hebt gehaald, modellen of theorieën uit boeken.
(Er is een apart blog met informatie over APA, bronvermelding).
Deelvraag al beantwoord, wat moet je dan in het hoofdstuk resultaten zetten?
Het kan voorkomen dat je een of meer deelvragen eigenlijk al hebt beantwoord door de informatie die je geeft in het hoofdstuk Contextanalyse of Theorie/ Literatuur. Dan is het niet nodig om deze informatie nog een keer te behandelen in het hoofdstuk Resultaten.
Bijlagen
Studenten vragen zich wel eens af wat er nog overblijft voor de bijlagen wanneer je de resultaten al hebt opgenomen in het hoofdstuk Resultaten. Om een scriptie leesbaar te houden kan je sommige gegevens niet opnemen bij de resultaten.
Bijvoorbeeld:
-De letterlijke antwoorden die mensen hebben gegeven op de open vragen in je enquête. Je moet dergelijke antwoorden dus samenvatten en de interessantste antwoorden opnemen in Resultaten.
-De complete tekst van alle antwoorden moet je opnemen in de bijlagen.
-Transcripties moeten ook in de bijlagen. Transcripties zijn de letterlijke tekst van je gesprek met bijvoorbeeld een manager, expert (interview). Als je hebt gekozen voor kwalitatief onderzoek dan kan het ook een interview zijn met een klant, medewerker etc. Bij de resultaten geef je alleen de belangrijkste stukken van het interview (en vat deze samen).  In de bijlagen geef je dus ALLE TEKST. Dus ook de vragen die je stelde. En ook de antwoorden die er helemaal niet toe doen zoals de zin ...'Goedemorgen meneer Van Hulst, het interview gaat nu beginnen....
-
De complete enquête die je hebt gebruikt (dus een afbeelding van de enquête zoals die is verstuurd).
-Indien je (reclame) folders/ teksten hebt gebruikt om te analyseren (tekstanalyse) dan moeten die teksten ook in de bijlagen.
Einde deel 2 van 3 delen: Schrijven van een HBO scriptie
The Research Company BV is een full-service onderzoeksbureau dat u kunt inschakelen voor onderzoekswerkzaamheden. De educatieve afdeling van Research Company deelt kennis en ervaring met studenten. Zij profiteren van de duidelijke artikelen over onderzoekstheorie, methoden en technieken en gratis hulpmiddelen zoals de gratis software voor online enquêteren en Rekenhulp om steekproefomvang, nauwkeurigheid en betrouwbaarheid te berekenen.
(Er is veel zorg besteed aan deze uitleg. Het is begrijpelijk geschreven met duidelijk voorbeelden. Maandelijks lezen 3000 HBO (en WO) studenten een of meer van de artikelen van Research Company. Als je geholpen bent met dit artikel dan kun je andere studenten ook een beetje helpen door het artikel te delen in je netwerk).

MEER NUTTIGE ARTIKELEN