REPRESENTATIVITEIT,GENERALISEERBAARHEID,NAUWKEURIGHEID

KORTE EN DUIDELIJKE TIPS VOOR ONDERZOEKSOPDRACHTEN EN -TENTAMENSTOF (HBO/MBO+). REPRESENTATIVITEIT, GENERALISEERBAARHEID, NAUWKEURIGHEID


In dit artikel: Uitleg over de begrippen representativiteitgeneraliseerbaarheid en nauwkeurigheid.


Representativiteit
De term representativiteit is bedacht omdat we bij onderzoek bijna altijd werken met STEEKPROEVEN. Je lukt je (bijna) nooit om iedereen mee te laten doen aan je onderzoek. Een klanttevredenheidsonderzoek onder een bedrijf met 2000 klanten zal misschien 300 ingevulde enquêtes opleveren (meestal veel minder). Dat is dus niet de hele groep klanten (populatie) maar een deel van de populatie (steekproef).


Maar ook al doet niet iedereen mee. We kunnen wel proberen om ervoor te zorgen dat de groep deelnemers bestaat uit oudere klanten en jongere klanten; mannelijke klanten en vrouwelijke klanten. Met andere woorden: de groep klanten die WEL meedoet aan het onderzoek is een mooie afspiegeling van het klantenbestand. Algemener geformuleerd 'de steekproef is een goede afspiegeling van de hele groep (populatie)'.


Stel dat je voor je onderzoek alleen de klanten van 25 jaar en jonger enquêteert. Dan mag je toch niet concluderen "de mening van DE klanten is dit of dat" want oudere klanten hebben helemaal niet meegedaan. We zeggen dan: Je steekproef is NIET representatief voor de hele populatie. (In dit geval de steekproef is niet representatief op 'leeftijd').


Generaliseerbaarheid
Stel nu dat je het volgende hebt gedaan:
I : de vragen die je hebt gesteld in de enquête zijn juist (intern valide)
II : de vragen zijn aan de juiste mensen gesteld  (extern valide)
III: je steekproef is samengesteld uit de juiste mix van soorten klanten (representatief) dus oudere klanten, jongere klanten, mannen, vrouwen etc.
IV: er hebben voldoende mensen meegedaan aan het onderzoek (geen 10 maar wel 200-300)
In dat geval: Dan mag je best wel aannemen dat de conclusies van je onderzoek gelden voor de HELE GROEP klanten (populatie).
Wanneer een onderzoeker de conclusies van zijn steekproefonderzoek overneemt voor heel de populatie dan noemen we dat GENERALISEREN.
Generaliseren betekent 'algemeen geldend maken'. Dus ook al hebben niet alle klanten meegedaan aan de enquête toch mag je dan wel aannemen dat alle klanten er ongeveer net zo over denken.


Nauwkeurigheid
Er zijn nog wel twee problemen met steekproeven.
-Ten eerst heb je niet iedereen mee laten doen aan het onderzoek. Stel je hebt een enquête gehouden onder 100 klanten van een afhaal-Chinees. Van die klanten zegt 75% dat de kroepoek niet vers is. Maar omdat je niet elke klant hebt ondervraagd mag je niet zeggen dat 75% van alle klanten de kroepoek niet-vers vindt. Misschien wordt het percentage wel anders wanneer je meer klanten enquêteert....

Het getal 75% is bij steekproeven dus altijd maar een SCHATTING van het werkelijke percentage (in de hele groep).
Schatting betekent dus dat de uitkomst van het onderzoek er nog wel een aantal procentpunten naast kan zitten.
Dat noemen we nu dus de marge of foutmarge of nauwkeurigheid.

Het mooie is dat we de foutmarge kunnen berekenen als we weten hoe groot de HELE GROEP is (populatie waar het onderzoek over gaat) en als we weten HOEVEEL mensen uit de populatie mee hebben gedaan aan het onderzoek. We berekenen dat met een formule (de steekproefformule).
(zie steekproef calculator op deze site). In deze calculator kun je invullen hoe groot de populatie is en hoeveel enquêtes je hebt afgenomen. Daarna rekent de software uit hoe groot de foutmarge is.


Voorbeeld:
Als bedrijf De Boer in totaal 2000 klanten heeft (populatie=2000) en er doen 150 klanten mee aan je onderzoek,
dan is je foutmarge 7,7%.


Wat kun je dan in je verslag opschrijven over de foutmarge?
I
n je conclusie schrijf je dan: Uit een enquête onder 150 klanten van firma De Boer is gekomen dat 75% van de deelnemers aan het onderzoek de kroepoek niet vers vindt. De foutmarge is berekend en bedraagt 7,7%. Dit betekent dat in de hele populatie van klanten tussen de 77,5% en 82,7% de kroepoek niet vers vindt.
   Uitleg: Je foutmarge = 7,7%. De uitkomst van je steekproefonderzoek kan dus maximaal 7,7% te hoog zijn of maximaal 7,7% te laag.
Dus in de populatie is ergens tussen (75%-7,7%) en (75%+7,7%) van mening dat de kroepoek niet vers is.


[Om verwarring te zaaien gebruiken onderzoekers ook wel het woord nauwkeurigheid (aangegeven met de letter e) maar ze bedoelen dan foutmarge].


Hoe zorg je voor een kleinere foutmarge (hogere nauwkeurigheid)?
Hoe meer mensen meedoen aan de enquête des te kleiner wordt de foutmarge.


Logisch: Als je 2000 klanten hebt en iedereen doet mee, dan is de uitkomst van het onderzoek heel erg nauwkeurig.
De foutmarge is dan zelfs 0%. Want als iedereen meedoet is de uitkomst geen schatting meer.


EINDE VAN DIT ARTIKEL.
Bekijk ook de andere artikelen. Klik hier voor een overzicht van alle artikelen.


The Research & Education Company BV is een full-service onderzoeksbureau. Bekijk hier inspirerende voorbeelden van innovatieve onderzoeksprojecten.
Voor junior onderzoekers hebben we de Steekproefcalculator die automatisch uitrekent hoeveel respondenten u netto moet realiseren voor een betrouwbaar en nauwkeurig onderzoek.

DEEL DEZE SITE MET MEDE-STUDENTEN
Er is veel zorg besteed aan deze uitleg. Het is begrijpelijk geschreven met duidelijk voorbeelden. Maandelijks bezoeken 4000 HBO (en WO) studenten onze site. Als je vindt dat de site je goed geholpen heeft, vergeet dan niet om dit te delen en te liken. 



 LEER IN 4 STAPPEN REKENEN MET DE STEEKPROEFFORMULE
REPRESENTATIVITEIT,GENERALISEERBAARHEID,NAUWKEURIGHEID 
Terug naar overzicht