KWALITATIEF ONDERZOEK (Interviews verwerken)

Artikel delen op

KORTE EN DUIDELIJKE TIPS VOOR ONDERZOEKSOPDRACHTEN EN -TENTAMENSTOF (HBO/MBO+).

KWALITATIEF ONDERZOEK, VERWERKEN VAN INTERVIEWS

In dit artikel (een helemaal uitgewerkt voorbeeld) met o.a.:
Verwerken van kwalitatieve gegevens.  Samenvatten of coderen?
Wat is Open coderen?  Wat is Axiaal coderen?  Wat is Selectief coderen?
Inhoud hoofdstuk Resultaten.  Inhoud hoofdstuk Conclusie.
Belangrijk: Aanbevelingen. Belangrijke tip: Modellen gebruiken of zelf ontwikkelen.

(Vergeet straks niet om nog even te kijken op: http://www.rcompany.nl/blog/

Het verwerken van kwalitatieve gegevens zoals  interviews stelt specifieke eisen aan de rapportage. Bij enquêtes worden conclusies onderbouwd met behulp van getallen in tabellen, grafieken en berekeningen (statistische toetsen).

Bij interviews is er sprake van een klein aantal respondenten (meestal 5-25). Deze aantallen zijn veel kleiner dan de respons op enquêtes (150 – 1000 en meer deelnemers). Als je conclusies gaat trekken over een bepaald probleem kan iedereen dus zeggen ‘… je weet het niet zeker want je hebt slechts 10 mensen gesproken … ‘.  Het kan dus zo zijn dat je conclusies niet kloppen omdat de antwoorden/meningen van de andere 10 000 mensen niet zijn meegenomen in je onderzoek. Hoe lossen we dat op??

Bij kwalitatief onderzoek moet je het dus niet hebben over ‘bewijs’ maar over
‘aanwijzingen’, ‘indicaties’ en ’vermoedens’. We zeggen ook wel dat het bij kwalitatief onderzoek gaat om het ontwikkelen van een theorie (je geeft dus nog geen hard bewijs van een theorie). Een kwalitatief onderzoek wordt hoger gewaardeerd wanneer de student de denkstappen goed beschrijft die ze neemt om tot haar theorie te komen.

Hoe laat je zien dat je de theorie zorgvuldig hebt ontwikkeld?
1. Je maakt een bijlage met van elk gesprek de letterlijke tekst van alles wat is gezegd (transcriptie). Dus ook jouw vragen en de reacties van de geinterviewde. Dat is voor de scriptiecommissie zodat ze het kunnen controleren. Heeft … dat wel gezegd? Hoe heeft … dat dan precies gezegd? En hoe is het antwoord gebruikt door de onderzoeker? Voor de transcriptie kan je het beste werken met gesprekopnames.
Maar niet iedereen wil opgenomen worden…  (Als dat niet gelukt is, vermeld dat dan in het verslag en zorg voor uitgebreide aantekeningen zodat je zoveel mogelijk van het gesprek kan weergeven in de transcriptie).

2. Je moet een keuze maken: Ga je werken met ALLEEN SAMENVATTEN  of ga je CODEREN EN SAMENVATTEN? Coderen doe je wanneer details belangrijk zijn. Met andere woorden: Je gaat coderen wanneer het voor jouw onderzoek heel veel uitmaakt HOE mensen iets hebben gezegd.

Voorbeeld: ALLEEN SAMENVATTINGEN
Een student onderzoekt klanttevredenheid. De probleemstelling luidt: “Op welke wijze kan ABC BV de klanttevredenheid verbeteren?” De student heeft 300 enquêtes afgenomen onder klanten. Hij heeft ook 5 interviews afgenomen. Uit de interviews komen niet veel nieuwe inzichten. De geinterviewden zeggen ‘… de medewerkers zouden wat vriendelijker kunnen zijn…’; ‘… Ik vond de cassiere brutaal …’; ‘… ze hebben geen tijd voor je …’. Als je kijkt naar de probleemstelling en de antwoorden dan hoeft de onderzoeker niet diep na te denken WAT de klanten precies bedoelden.

Voorbeeld: CODEREN en SAMENVATTINGEN
Een student doet onderzoek naar de onveiligheid in een winkelstraat. “Op welke wijze kan de gemeente de sterke gevoelens van onveiligheid in het winkelcentrum verminderen?’ Voor dit onderzoek zijn 12 klanten  geinterviewd. Uit de interviews komen de volgende antwoorden: ‘… vroeger was de hoek verlicht, dan kon je zien wie er aankwam. Nu is het erg donker daar… ‘; ‘… de heggen worden niet meer gesnoeid, dus als je het centrum nadert kan je niet goed de straten in kijken …’; ‘… ik heb er trouwens nog nooit een agent op straat gezien …’; ‘… het centrum is rommelig, je moet goed opletten want er zijn veel hoeken en gaten …’. De antwoorden zijn heel verschillend maar er zit ook wel een verband tussen. Als je alleen het ‘verband’ opschrijft kan de scriptiecommissie niet controleren waar je je conclusie vandaan hebt. (Tenzij ze alle interviews in de bijlage gaan lezen, en combineren. Dat doen ze echter niet!).  Oplossing: Als je de antwoorden leest dan draait het in veel antwoorden om ‘zichtbaarheid’. Dat is wat de antwoorden gemeen hebben. (Mensen voelen zich onveilig omdat ze met hun ogen niet duidelijk kunnen zien wat er in de omgeving gebeurt). De student moet dus als conclusie (theorie) trekken dat de onveilige gevoelens voortkomen uit ‘gebrek aan zicht’. Omdat de antwoorden zo verschillend zijn heb je niet genoeg aan een samenvatting. Want niemand gebruikt het woordje ‘zicht of zichtbaarheid’. Het is een ‘verzinsel’ van de onderzoeker zelf. En dat idee is helemaal juist. Dat is precies wat kwalitatief onderzoek inhoud: Een duidelijke/ aantoonbare (gemeenschappelijke) betekenis geven aan uiteenlopende (persoonlijke) verhalen.
[Kwalitatief onderzoek is dus heel nuttig, ook al gaat het niet om HARD BEWIJS. Op grond van de interviews zou de gemeente al kunnen proberen de onveilige gevoelens te verminderen door meer aandacht te besteden aan ‘zichtbaar maken’ (verlichting, heggen snoeien, opruimen)].

Aantoonbare betekenis… Hoe kan de onderzoeker AANTONEN dat zijn theorie
logisch is en dat er voldoende aanwijzingen zijn voor zijn theorie? Dat doen we door te CODEREN.

Coderen.

Bij kwalitatief onderzoek moet de onderzoeker AANTONEN dat hij de juiste verbindingen legt tussen de verhalen/antwoorden. Dat doe je door de lezer helemaal mee te nemen als je bepaalde denkstappen maakt. Het beschrijven van je denkstappen noemen we ‘coderen’. De handelingen die daarvoor verricht moeten worden zijn: Open coderen, Axiaal coderen en Selectief coderen.

Voorbeeld: Mariska’s onderzoek.
Mariska doet een onderzoek naar ‘Op welke wijze kan de veiligheid op het ABC-Pop evenement worden verbeterd?’ Het is bij het vorige evenement erg uit de hand gelopen. Dit zorgde voor ontevreden bezoekers, schade aan apparatuur. Een aantal kinderen raakte zelfs gewond. Binnen het management en onder medewerkers zijn de meningen zeer verdeeld over de oorzaken en de te nemen maatregelen. Men heeft te maken met teveel verschillende ideeen. Mariska mag als stagiair een onpartijdig onderzoek doen en ze heeft gekozen om haar onderzoek te starten zonder theorie (inductief). Ze zegt ‘Ik vergeet even alle meningen. Alle theorieën die zijn geroepen zet ik uit mijn hoofd’.

Mariska heeft als strategie om gegevens te verzamelen gekozen voor ongestructureerde interviews. Ze wil een aantal vaste bezoekers interviewen en de bezoekers daarbij helemaal de vrijheid laten (niet sturen door bepaalde enquêtevragen voor te leggen). Mariska heeft de interviews opgenomen op haar mobieltje en deze opnames helemaal uitgetypt (getranscribeerd). De letterlijke teksten van de interviews heeft ze toegevoegd als bijlage bij haar verslag (zodat de scriptiecommissie die kan beoordelen).

Mariska is de interviews gaan bestuderen en deed haar eerste stap in de analyse:  Open coderen

Open coderen betekent dat Mariska uit de verschillende interviews tekstfragmenten knipt die volgens haar van belang zijn voor het onderzoek. ‘Belangrijk’ betekent hier: Er is iets gezegd dat belangrijk KAN zijn voor het onderzoek. Mariska zal bij het lezen van de eerste teksten vrij snel denken dat iets belangrijk KAN zijn. Dat is prima. Ze codeert alles waarvan ze denkt dat het belangrijk kan zijn. (Later zal Mariska bepaalde tekstdelen laten vervallen als blijkt dat ze toch niet belangrijk zijn).

Hieronder is een deel van het Excelblad van Mariska te zien:
(Excel of Word, als je maar makkelijk hokjes met tekst kan maken)

Excel blad: open codering (stap 1 van Mariska’s analyse in beeld gebracht)

Bron Tekst (geknipt) Open codering
(aantekening van Mariska)
Interview Henk de Vries Toen we aankwamen bij het evenement konden we zo snel niet ontdekken waar de nooduitgangen waren. Die bordjes zijn te klein en sommige borden zijn niet verlicht. Maar we hebben het gevraagd en toen waren we wel gerustgesteld. Bebording en rol van beveiligers
Interview Henk de Vries Later zagen we dat het wel erg druk werd. Dat benauwde ons wel een beetje. Drukte
Interview Henk de Vries Er waren veel jongeren uit de grote steden. Wij zijn maar een eindje bij de vandaan gaan staan. Ze maakten veel herrie en er lagen lege bierflesje op de grond. Gedrag, Drank en Cultuurverschil (stad/dorp)

Fase 1: Open codering vastgelegd in Excel

Mariska moet de open codering uitvoeren voor alle interviews. Ze selecteert dus uit de teksten bepaalde delen en codeert ze door in de laatste kolom een samenvatting te geven in enkele steekwoorden.

Als Mariska het eerste interview leest heeft ze nog geen kennis van het tweede interview (al zal ze zich wel vaag herinneren wat er gezegd is). Doordat ze de andere interviews nog niet heeft bestudeerd kan ze nog geen verbanden leggen voor haat theorie. Bij coderen gaan we er dus vanuit dat Mariska niet in staat is om de complete inhoud van 5 interviews in 1 keer te overzien. Ze leest dus de interviews 1 voor 1 en codeert. Stap voor stap. Door de coderingen uit de verschillende interviews met elkaar te vergelijken krijgt Mariska langzaam een compleet beeld van de verbanden/ overeenkomsten tussen de interviews. Ze gaat dan zien dat bepaalde opmerkingen uit interview 1 ook worden gemaakt in interview 3 en 5 (maar misschien in iets andere woorden). Ze krijgt zo inzicht wat belangrijk is.

Tweede stap van kwalitatieve analyse: Axiaal coderen.

Als Mariska meerdere interviews heeft gecodeerd kan ze zien of bepaalde (open)coderingen terugkeren. Als dat zo is dan zal ze waarschijnlijk een aantal open-coderingen een nieuwe naam geven. Zo brengt de bepaalde antwoorden uit verschillende interviews samen onder een nieuwe (gemeenschappelijke naam). Dit is Axiaal coderen. (zie onderstaand voorbeeld).

Excel blad: axiaal codering (stap 2 van Mariska’s analyse in beeld gebracht)

Bron Tekst Open codering(aantekening van Mariska) Axiaal codering
(Mariska)
Interview Henk de Vries Toen we aankwamen bij het evenement konden we zo snel niet ontdekken waar de nooduitgangen waren. Die bordjes zijn te klein en sommige borden zijn niet verlicht. Maar we hebben het gevraagd en toen waren we wel gerustgesteld. Bebording en rol van beveiligers. Lampjes bebording. Kwaliteit bebording
Interview Henk de Vries Later zagen we dat het wel erg druk werd. Dat benauwde ons wel een beetje. Drukte
Interview Henk de Vries Er waren veel jongeren uit de grote steden. Wij zijn maar een eindje bij de vandaan gaan staan. Ze maakten veel herrie en er lagen lege bierflesje op de grond. Gedrag, Flesjes en Cultuurverschil (stad/dorp) Mee smokkelen van bier.
Martijn Jansen We waren te laat om te kijken waar de uitgangen precies waren. Het was ook te druk om de borden te zien. Ze hingen te laag en van een aantal waren de lampjes stuk. Bebording niet zichtbaar. Lampjes. Kwaliteit bebording
Martijn Jansen Toen Jeroen om hulp riep raakten we eigenlijk in paniek. Een beveiliger heeft ons goed geholpen. Hij had gelijk door wat er mis was. Beveiliging goed gereageerd.
Martijn Jansen Die bierflesjes waren net van ons want ze schenken alleen in bekertjes Bierflesjes niet toegestaan. Mee smokkelen van bier.

Fase 2: Axiaal coderen in Excel

Na het lezen van het tweede interview valt het Mariska op dat de slechte bebording nu door twee bezoekers van het evenement is genoemd. De twee respondenten zeggen niet precies hetzelfde over de borden. Daarom moet Mariska een nieuwe term verzinnen zodat ze de opmerkingen over de borden samen kan brengen onder 1 nieuwe code. Mariska bedenkt daarom een nieuwe term ‘Kwaliteit bebording’. Nu kan ze de opmerkingen van beide interviews dezelfde (axiale) code geven.

Ook het antwoord over de flesjes bier (interview 1) krijgen een nieuwe betekenis als ze in een ander interview leest dat er op het evenement geen flesjes te koop waren (informatie uit interview 2). Mariska bedenkt …’De drank moet dus meegesmokkeld zijn zonder dat de beveiliging het zag…’. De codering ‘Flesjes’ (interview 1) heeft ze na het lezen van interview 2 veranderd in ‘Meesmokkelen van bier’. Op die manier passen verschillende opmerkingen over de flesjes bier uit verschillende interviews weer bij elkaar (onder deze nieuwe code).

Op deze manier legt Mariska dus haar denkstappen vast voor de lezer. Hier ziet de scriptiecommissie dus hoe Mariska’s theorie zich heeft ontwikkeld. Tegelijkertijd gaat Mariska beter begrijpen wat er mis is gegaan op het evenement.

Zo’n ‘voorlopige theorie / vermoeden’ noemen we een concept. Als Mariska meer aanwijzingen vindt over dit concept (dranksmokkkel) zal ze het uiteindelijk meenemen naar haar conclusie (theorie).
[Tot het ‘concept’ een theorie is geworden zal Mariska tijdens het lezen vooral gevoelig zijn voor alle opmerkingen over drank / dranksmokkel / alcohol. We zeggen ook wel Mariska heeft een sensitising-concept  (dranksmokkel). (Sensitive = gevoelig zijn voor, vrij vertaald iets waar je alert op bent].

Het concept is dat er mogelijk een probleem is met drankgebruik en de controle daarop. (Dat hoeft niet het enige concept te zijn…. Er is meer aan de hand…).

Derde stap van kwalitatieve analyse: Selectief coderen

Wanneer Mariska meer interviews heeft gelezen en gecodeerd kunnen bepaalde coderingen nog een andere naam krijgen (omdat ze bij elkaar horen). Er blijken ook coderingen die niet vaak genoeg terugkomen in de interviews. Alleen de belangrijkste coderingen gaan mee naar de uiteindelijke selectie (Selectief coderen).

Excel blad: selectief coderen (stap 3 van Mariska’s analyse in beeld gebracht)

Bron Tekst Open codering Axiaal codering Selectief coderen
Interview Henk de Vries Toen we aankwamen bij het evenement konden we zo snel niet ontdekken waar de nooduitgangen waren. Die bordjes zijn te klein en sommige borden zijn niet verlicht. Maar we hebben het gevraagd en toen waren we wel gerustgesteld. Bebording en rol van beveiligers. Lampjes bebording. Kwaliteit bebording Kwaliteit bebording
Interview Henk de Vries Later zagen we dat het wel erg druk werd. Dat benauwde ons wel een beetje. Drukte Drukte
Interview Henk de Vries Er waren veel jongeren uit de grote steden. Wij zijn maar een eindje bij de vandaan gaan staan. Ze maakten veel herrie en er lagen wel 30 lege bierflesje op de grond. Gedrag, Drank en Cultuurverschil (stad/dorp) Mee smokkelen van bier. Controle op drank
Martijn Jansen We waren te laat om te kijken waar de uitgangen precies waren. Het was ook te druk om de borden te zien. Ze hingen te laag en van een aantal waren de lampjes stuk. Bebording niet zichtbaar. Lampjes. Kwaliteit bebording Kwaliteit bebording
Martijn Jansen Toen Jeroen om hulp riep raakten we eigenlijk in paniek. Een beveiliger heeft ons goed geholpen. Hij had gelijk door wat er mis was. Beveiliging goed gereageerd. Houding beveiliging
Martijn Jansen Die bierflesjes waren niet van ons want ze schenken alleen in bekertjes Bierflesjes niet toegestaan. Mee smokkelen van bier. Controle op drank
Arnold de Groot We waren al dronken toen we aankwamen en Kees had twee flessen Wodka onder zijn jas. Dronkenschap Wodkafles Mee smokkelen van drank Controle op drank
Arnold de Groot We hebben een prima tijd gehad. Kijk als er geduwd wordt moet je gewoon een beetje terugduwen. Duwen Drukte
Arnold de Groot Ik heb die beveiliger even verteld dat tie niet aan me moet komen! Dat was alles. Ik snap niet waar mensen zich druk over maken. Houding beveiliging Agressieve jongeren Houding beveiliging

Fase 3: Selectief coderen in Excel

De laatste fase, waarin gekozen wordt wat belangrijk is, is het selectief coderen. In bovenstaande tabel zien we dat Mariska bij het open coderen (stap 1) de term ‘Bierflesjes’ had gebruikt als code. Bij het axiaal coderen heeft Mariska er van gemaakt ‘Mee-smokkelen van bier’. Bij Selectief coderen heeft Mariska de codering veranderd in “Controleren op drank’.

We zien ook dat Mariska een aantal opmerkingen over beveiliging niet meeneemt in de Selectieve codering. Dat komt doordat de combinatie van de interviews eigenlijk geen duidelijk beeld geven over de rol van de beveiliging. Bij de eerste interviews leek ‘beveiliging’ naar voren te gaan komen als iets belangrijks maar latere interviews spraken dat weer tegen of gaven een onduidelijk beeld. Misschien was er dus wel van alles mis met de beveiliging maar Mariska heeft het niet duidelijk kunnen aantonen / bewijzen. Het is nu juist de bedoeling dat je door te coderen zorgt voor AANTOONBARE verbanden. De rol van beveiliging is niet aangetoond en mag dus niet meegenomen worden in de theorie.

Van Excel naar verslag.

Wanneer Mariska klaar is met coderen en ze een theorie (of meerdere theorieën) heeft ontwikkeld kan ze dat gaan verwerken in haar scriptie.

  1. Mariska voeg de letterlijke teksten van de interviews en het laatste Exceloverzicht, fase 3 (dus waar ook de kolom selectief coderen is opgenomen) toe aan de bijlage van je verslag.
  2. Mariska voegt de resultaten van haar kwalitatieve onderzoek toe aan het hoofdstuk Resultaten kwalitatief onderzoek.

Voorbeeld van 2: (Hieronder de uitwerking van Mariska)

      Hoofdstuk 4: Resultaten kwalitatief onderzoek.

Uit de interviews komt naar voren dat er alcoholische drankjes het terrein op kunnen worden gesmokkeld. De indruk is dat dit door beveiligers wel wordt gezien maar dat men niet ingrijpt.

       “Ze maakten veel herrie en er lagen wel 30 lege bierflesje op de grond”
(persoonlijk interview, Henk de Vries).

[Opmerking: Mariska maakt hier gebruik van de vorm ‘sprekend voorbeeld’. Het is een veel gebruikte vorm bij kwalitatief onderzoek. De lezer krijgt als het ware een ‘bewijs’ van het concept in de vorm van een getuige-verklaring].

Er lijkt ook een probleem te zijn met de bebording. De borden lijken op de verkeerde plaats te staan. Ze zouden te laag hangen waardoor bezoekers ze niet zien wanneer het erg druk is op het terrein en de verlichting van een aantal borden is stuk.

“Het was ook te druk om de borden te zien. Ze hingen te laag en van een aantal waren de lampjes stuk” (persoonlijk interview, Martijn Jansen).

Het hoofdstuk Conclusie .
(Hieronder weer het voorbeeld op basis van het onderzoek van Mariska)

Conclusies

  1. Er zijn indicaties dat er een probleem is met gasten die alcoholische dranken meenemen van buiten het terrein. De controle op drank bij binnenkomst kan een aandachtspunt zijn.
  2. De indruk is verder dat bezoekers hun gang kunnen gaan en dat meegebrachte bierflesjes niet worden opgemerkt ook al liggen ze open en bloot in het gras.
  3. De indruk is dat de bebording met aanwijzingen van de uitgangen kwalitatief niet voldoet. Een aantal bezoekers ziet de borden niet hangen of de verlichting van borden is stuk.

[Let op:Bij kwalitatief onderzoek wordt dus gesproken in termen van vermoedens… ‘Er zijn indicaties dat…’  ‘Er bestaat de indruk dat ….’.]

Het hoofdstuk Aanbevelingen .

Kwalitatief onderzoek levert vermoedens en theorieën op. Vermoedens en theorieen zijn geen eindpunt. Ze zijn er om opgepakt te worden. Daarom geeft een kwalitatief onderzoeker vaak aanbevelingen voor vervolgonderzoek. Dat is logisch. Door vervolgonderzoek kan worden bepaald of Mariska’s theorieën juist zijn. Dit onderzoek wordt vaak door een andere onderzoeker uitgevoerd. Omdat er al een theorie is (namelijk die van Mariska) kan het volgende onderzoek DEDUCTIEF worden opgezet. Er zijn (niet alleen) interviews nodig maar er kan een enquete worden gehouden. Een enquete bestaat uit ‘vragen in een bepaalde richting’ / gerichte vragen. Van het concept ‘dranksmokkel’ kan dan bepaald worden wat DE OMVANG is van het probleem. Een andere student kan dat gaan doen als scriptie. Deze student neemt dan dus als beginpunt Mariska’s verslag en bedenkt een onderzoeksopzet om de theorie te gaan bewijzen.

(Hieronder voorbeeld hoofdstuk Aanbevelingen op basis van het onderzoek van Mariska).

Aanbevelingen

Naar aanleiding van het onderzoek worden de volgende aanbevelingen gedaan:

  1. Een nader onderzoek (kwantitatief) naar het aantal gasten dat drank meeneemt van buiten het terrein. Dit kan meer duidelijkheid geven over de omvang van het drank-smokkel probleem. Beveiligers en ander personeel zouden bij een volgend evenement bij kunnen houden hoe vaak zij dranksmokkel waarnemen.
  2. Een nader onderzoek naar het gedrag van de beveiligers ten aanzien van drank-smokkel. Dit zou bijvoorbeeld onderzocht kunnen worden door undercover onderzoek/mysteryvisits waarbij onderzoekers zich voordoen als bezoekers en daarbij proberen om drank mee te smokkelen. Ze kunnen inzicht krijgen hoe streng beveiligers controleren op drank-smokkel en hoe vaak de smokkel niet wordt ontdekt. Dit kan leiden tot betere instructies.
  3. Een onderzoek van alle borden op het terrein kan inzicht geven in de oorzaken van de onduidelijkheid in de informatievoorziening op het evenement / de bebording. Dit kan de organisatie uit laten voeren door tijdens een evenement vanaf verschillende zichtpunten foto’s te maken van de borden en te kijken of ze wel overal goed zichtbaar zijn. Dit kan leiden tot aanpassingen van de borden.

Modellen gebruiken om je analyse te onderbouwen en te structureren

Een model kan gebruikt worden om concepten (lees: vage ideeen) een structuur te geven. Kwalitatief onderzoek kan zweverig overkomen op de lezer. Het gaat over ‘vermoedens’ dus je conclusie kan erg vaag blijven. Dat kan dan leiden tot een laag cijfer. Een model helpt om het concreet te maken: 1. Bij de analyse. Voor jezelf (zorgt ervoor dat het allemaal wat minder zweverig wordt). 2. Bij de presentatie. Zorgt ervoor dat het voor de lezer minder rommelig/ zweverig/vaag overkomt.
Zo’n model moet je dan natuurlijk wel in de literatuur hebben gevonden.

Voorbeeld gebaseerd op het onderzoek van Mariska.
Voor het onderzoek van Mariska zou zo’n model er als volgt uit kunnen zien*) Het model uit het voorbeeld is verzonnen.

Het event-escalatiemodel van Jansen.
Bij de analyse is gebruik gemaakt van het event-escalatiemodel van Jansen. Het model van Jansen geeft de relatie weer tussen mate van controle op basisregels tijdens een event en de ontwikkeling van wangedrag door bezoekers.

Volgens Jansen bepaalt de kwaliteit van de controle op basisregels de mate waarin bezoekers ook andere regels zullen overtreden. Matige controle op basisregels op een event betekent dat er wat meer ruimte is voor kleine overtredingen. Dit zorgt voor wat meer wanorde op het evenement. Als gevolg daarvan wordt het wat moeilijker voor de beveiliging om te controleren op ernstiger overtredingen. Dit verlies van overzicht heeft dan als gevolg dat er meer overtredingen zullen plaatsvinden. Het gevolg daarvan is dat het event nog wat wanordelijker wordt en het voor beveiligers moeilijker om bezoekers te controleren omdat zij hun tijd kwijt zijn aan handhaving. Dit proces kan uitmonden in een escalatie (spiraal). In de loop van de tijd kan het evenement volledig escaleren en hebben beveiligers geen controle meer.

Het model van Jansen toegepast op ABC-Pop betekent dat het belangrijk is dat beveiligers strikt controleren op naleving van basisregels. Het verminderen van dergelijke controles, of versoepeld toepassen van de regels maakt het voor  handhavers steeds moeilijker om de situatie op het evenement in de hand te houden. Daarom is het heel belangrijk dat de beveiligers op het ABC-Popevenement vanaf het begin van het evenement scherp controleren op het meenemen van drank.

Ook interessant bij dit artikel: Interpretivisme

The Research Company BV is een full-service onderzoeksbureau dat u kunt inschakelen voor onderzoekswerkzaamheden. De educatieve afdeling van Research Company deelt kennis en ervaring met studenten. Zij profiteren van de duidelijke artikelen over onderzoekstheorie, methoden en technieken en gratis hulpmiddelen zoals de gratis software voor online enquêteren en Rekenhulp om steekproefomvang, nauwkeurigheid en betrouwbaarheid te berekenen.

(Er is veel zorg besteed aan deze uitleg. Het is begrijpelijk geschreven met duidelijk voorbeelden. Maandelijks lezen 4000 HBO (en WO) studenten een of meer van de artikelen van Research Company. Als je geholpen bent met dit artikel dan kun je andere studenten ook een beetje helpen door het artikel te delen in je netwerk).