EEN SCRIPTIE SCHRIJVEN (deel 2/3)
HBO-SCRIPTIE / UITLEG OPBOUW VAN EEN ONDERZOEKSVERSLAG 2/3

Deel 2 (van 3). 


Dit artikel behandelt: Hoofstukindeling van een scriptie, Presenteren van resultaten uit kwalitatief deel (interviews/ observaties/ tekstanalyses etc.), Presenteren van resultaten uit kwantitatief deel (enquetes, gestructureerde waarnemingen etc.), Gebruik van tabellen en grafieken in scripties , Korte conclusies trekken per vraag (toelichtingen) bij tabellen en grafieken., Het gebruik van kruistabellen (het combineren van varaibelen) , Het presenteren van toetsen (significantie), tabellen , Wat komt er in de Bijlagen?, Resultaten presenteren die te maken hebben met (onbeantwoorde) deelvragen. Het hoofdstuk 'toepassen van het model/ de modellen', APA bronvermelding  Wat moet in Resultaten komen als de deelvraag reeds beantwoord is? Transcripties, Een voorbeeld van de enquête opnemen in de bijlagen.
Rechte tellingen


 


Hoofdstukindeling


De hoofdstukindeling van een HBO-scriptie is voorgeschreven door je opleiding. Onderstaand zie je de meest gebruikte indeling voor scripties. Het kan per HBO-opleiding iets verschillen. Informeer bij je opleiding of je een voorbeeldscriptie mag inzien. In deel 2 worden de hoofdstukken hoofdstukindeling en Resultaten inhoudelijk behaneld. In de artikelen Schrijven van een scriptie deel 1 en schrijven van een scriptie 3 worden de andere hoofdstukken behandeld.


(Je kunt per hoofdstuk klikken als je snel de aandachtspunten van een bepaald hoofdstuk wilt zien).


Omslag / Titelblad
Voorwoord (dankwoord)
Inhoudsopgave
Management samenvatting
Inleiding
Contextanalyse
Theorie / modellen
Methodologie
Resultaten
Conclusie, Aanbevelingen
Reflectie en Discussie
Literatuurlijst
Bijlagen

RESULTATEN


In het hoofdstuk Resultaten presenteer je de resultaten van enquêtes, observaties of interviews.
Geef na de titel eerst een korte uitleg over de inhoud van het hoofdstuk (leeswijzer).


Voorbeeld

HOOFDSTUK 4. RESULTATEN
In dit hoofdstuk worden de resultaten behandeld van de interviews met de expert en de twee managers,  de uitkomsten van de enquête onder het personeel en de eigen observaties.

4.1)      Resultaten kwalitatief onderzoek (interviews/ observaties / tekstanalyses)
Interviews. (Geef hier samenvattingen van de interviews. Let er echter op dat je alleen samenvat wat nuttig is voor het beantwoorden van je deelvragen en probleemstelling. Neem het complete interview op in de bijlagen van je verslag).
Opmerking: Tekstanalyse/coderen: Wanneer je teksten diepgaand moet analyseren dan moet je de resultaten presenteren door codering toe te passen. Over het presenteren van deze uitwerking zie blog 'kwalittatief onderzoek het verwerken van interviews').


Observaties (Geef hier een samenvatting van je observaties. Bij het beschrijven van observaties is het belangrijk dat je ook de omstandigheden beschrijft en wie er aanwezig waren, waar men mee bezig was, welke systemen er  gebruikt zijn.
Opmerking: Gestructureerde observaties: Wanneer het gaat om observaties waarbij gebruik is gemaakt van tellijsten/ turflijsten dan kunnen die gegevens op dezelfde manier gepresenteerd worden als de resultaten van enquêtes. In plaats van per vraag, worden dan de aantallen gegeven per ASPECT (dat je hebt gemeten)


(Het analyseren en presenteren van de resultaten van interviews wordt uitgebreider uitgelegd in het artikel Kwalitatief onderzoek, interviews verwerken. )


4.2)  Resultaten kwantitatief onderzoek (schriftelijke enquêtes ; face to face enquêtes; tellingen ; cijfermateriaal uit eerder onderzoek)
Bij kwantitatief onderzoek moet je beginnen met het beschrijven van de respons. HOEVEEL enquêtes zijn er uitgezet/verspreid? Hoeveel mensen hebben gereageerd (aantal en % van aantal verspreid)? Geef de achtergrond van de deelnemers (verdeling mannen/vrouwen; leeftijdsgroepen; woonplaats). Je moet namelijk eerst iets zeggen over de aantallen en de REPRESENTATIVITEIT van je enquête. Hebben bepaalde groepen niet meegedaan? Wat betekent dat dan voor je onderzoek? Als je weinig enquêtes hebt dan is je onderzoek minder betrouwbaar en minder nauwkeurig. Je moet laten zien dat je kan berekenen wat de nauwkeurigheid is (foutmarge) van je onderzoek en wat het betrouwbaarheidsniveau is. (Zie het blog over de STEEKPROEFFORMULE en het gebruik van de steekproef Calculator, op deze site).


Beschrijving van de resultaten.
Schriftelijke enquêtes: Behandel de resultaten per enquêtevraag. Geef daarbij eerst de vraag die gesteld is en daarna het resultaat. Geef daarna je toelichting per vraag tussenconclusie (wat betekent de uitkomst?) en zet die bij de tabel of grafiek (zie onderstaande voorbeelden).


Het gebruik van tabellen en grafieken.


De resultaten geef je altijd in tabelvorm en daaraan moet je een grafiek toevoegen als het voor de lezer nodig is om het resultaat snel te begrijpen. Opmerking: Grafieken NIET gebruiken als een tabel in feite al duidelijk genoeg is. Pas ook op voor overbodige toelichtingen bij de tabellen. Hieronder een paar voorbeelden:


Voorbeeld van foutief gebruik van grafieken:
Student voegt aan de tabel ook nog een grafiek toe. (zie cartoon >>)
Vraag 2. Wat is uw geslacht?  



De lezer denkt:  'Ik weet echt wel wat 50% is. Daar heb ik geen grafiek voor nodig'.


De toeliching (tussenconclusie) bij het resultaat van een enquetevraag.


Hieronder een voorbeeld van een verkeerde toelichting bij een tabel. In dit voorbeeld snapt de student kennelijk niet wat een toelichting is. 
Het is dus niet de bedoeling dat je gaat herhalen wat er al staat.


Vraag 3. Wat is uw woonplaats?

Toelichting: 25% van de respondenten komt uit Amsterdam. De lezer denkt: 
'Dat staat toch precies zo in de tabel? Waarom wordt dit uitgelegd?'


In onderstaand voorbeeld geeft de student een GOEDE toelichting bij de tabel. 
De toelichting is hier een aanvulling en een eerste stap in de richting van interpretatie / analyse.


Vraag 3. Wat is uw woonplaats?



Toelichting: De respons is niet gelijkmatig verdeeld over de steden. Deelnemers uit Rotterdam zijn oververtegenwoordigd in het onderzoek.


Kruistabellen (het combineren van variabelen)
De student moet aantonen dat hij kan analyseren. Het beschrijven van resultaten in een tabel en/of grafiek is een eerste stap; Het maken van korte toelichtingen is een tweede stap. De volgende stap die gezet moet worden is het zoeken van verbanden tussen de antwoorden die de respondenten hebben gegeven op de verschillende vragen. Het bedenken van kruistabellen is makkelijk. Je moet gewoon even rustig nadenken wat interessante combinaties zijn in de gegevens die je hebt verzameld.


Hier weer een voorbeeld.
De onderzoeker heeft bedacht dat er opvallend weinig respons is uit Amsterdam. Hoe zou dat komen? Zou dit ook te maken kunnen hebben met het geslacht van de deelnemers? Misschien hebben vooral vrouwen minder hebben meegedaan of zouden er juist minder mannen hebben meegedaan?' De student maakt een KRUISTABEL waarbij hij de respons vergelijkt op woonplaats en geslacht.


Toelichting: De respons is niet gelijk verdeeld onder mannen en vrouwen. Het verschil in respons is vooral in Amsterdam groot.            


(Een grafiek heeft hier zin. Het maakt de tabelgegevens duidelijker).


Toetsen (op significante verschillen)
Gegevens verzamelen en beschrijven is veel werk maar in feite kan iedereen dat. 
Voor een HBO diploma moet je meer doen. Het analyseren van cijfermateriaal is niet compleet wanneer je geen berekeningen maakt van de SIGNIFICANTIE. Met deze berekeningen (toetsen) bepaal je of de uitkomsten van je onderzoek misschien een gevolg zijn van de STEEKPROEF. Je hebt immers niet iedereen geenquêteerd. Misschien had je gewoon nog wat meer mensen mee moeten laten doen. Deze berekeningen worden vaak gedaan in het programma IBM SPSS.


Toetsen op significantie gaat over de vraag of de resultaten TOEVAL zijn en er met een andere of grotere steekproef wat anders uit zou komen*.
(* Het ligt nog een stuk ingewikkelder maar niet alle kennis kan in dit artikel meegenomen worden. Ze voor uitleg over Toetsen en significantie het artikel Hypothese toetsen, Significantie en p-waarden).

Voorbeeld:
Een student heeft onderzoek gedaan naar de klanttevredenheid bij bedrijf ABC BV. Een van de vragen in de enquête was een stelling: 'In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling? De producten van ABC BV zijn van goede kwaliteit'.  De student heeft een kruistabel gemaakt en toont die in het hoofdstuk Resultaten 4.2:

Vraag 7 'In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling? De producten van ABC BV zijn van goede kwaliteit'.
Toelichting: Van de mannen is 42% het (helemaal) eens met de stelling. Onder vrouwen is dat 31%. Er zijn dus indicaties dat mannen de kwaliteit van de producten vaker goed vinden dan vrouwen.

Indicaties=aanwijzingen. Om te bepalen of de verschillen/aanwzijzingen significant zijn (niet op toeval berusten als gevolg van de steekproef) is er een toets uitgevoerd in SPSS.


Hieruit bleek dat er sprake is van een significant verschil in de beoordeling. (p=0,007). Mannen beoordelen de kwaliteit van de producten van ABC BV (significant) vaker goed dan vrouwen. OPMERKING:


Wat komt er in de bijlagen?


Bijlage Voorbeeld (zie ook overzicht van bijlagen)

Bijlage 6. Toetsresultaten. Vraag 7 x Geslacht



Hoofdstuk Resultaten 4.4.3) Resultaten voor deelvragen die nog niet beantwoord zijn.
In dit hoofdstuk worden resultaten gepresenteerd die te maken hebben met deelvragen die nog niet/onvoldoende beantwoord zijn.

4.3)  Antwoord op deelvragen die nog niet beantwoord zijn

Na het presenteren van kwalitatieve resultaten in 4.1. en kwantitatieve resultaten in 4.2 heb je misschien nog niet alle deelvragen van je onderzoek beantwoord. In dat geval kun je een extra hoofdstuk toevoegen getiteld 4.3 'Beantwoording overige deelvragen'.
In dit hoofdstuk toon je eerst opnieuw de deelvraag die beantwoord moet worden. Daarna presenteer je de gegevens die je hebt gevonden om de deelvraag te beantwoorden.


Voorbeeld: 
Student Jasper deed onderzoek naar personeelsbeleid. Doel van het onderzoek was om te komen met adviezen voor een ander/ beter personeelsbeleid. Een van zijn deelvragen was Wat zijn de gevaren van een ander personeelsbeleid?  Om deze deelvraag te beantwoorden heeft hij gegevens uit vakliteratuur gehaald. Deze resultaten heeft hij verwerkt in de CONTEXTANALYSE (Hoofdstuk 2);  gegevens uit interviews met managers heeft hij behandeld in het hoofdstuk 4.1.2 Resultaten (interviews); gegevens uit interviews met experts heeft hij behandeld in 4.1.1 Resultaten (interviews); een aantal vragen uit de enquête heeft hij al behandeld in hoofdstuk Resultaten 4.2. 
De gegevens die antwoord geven op de deelvraag zijn dus wel gepresenteerd maar ze moeten eigenlijk bij elkaar gezet worden. Ondanks dat Jasper dus alle resultaten heeft gepresenteerd heeft hij nog geen antwoord geformuleerd op de deelvraag. Want om deze vraag te beantwoorden moet hij de resultaten gaan combineren.


4.4) Model toepassen
Als het goed is heb je in het begin van je verslag een literatuuronderzoek gedaan. Je hebt daarbij modellen gevonden met uitleg (theoretisch kader). Je kon de modellen alleen beschrijven en uitleggen want je had nog geen gegevens verzameld (enquêtes/ interviews). In hoofdstuk 4.4 ga je nu het model opnieuw bespreken. Je hoeft het model niet meer uit te leggen (dat heb je al gedaan) maar je moet het model gaan toepassen op de gegevens die jij hebt verzameld. Het is een soort invuloefening. Doel van dit hoofdstuk is om antwoord te geven op de volgende vragen: 'In hoeverre sluit het model aan op de feiten die jij hebt gevonden tijdens je onderzoek? Hoe bruikbaar is het model?

APA/ Bronvermelding.
De scriptiecommissie moet kunnen controleren of je feiten niet hebt verzonnen of bepaalde artikelen verkeerd hebt overgenomen. Daarom moet je overal in je verslag bronnen vermelden.  Het kan gaan om cijfermateriaal dat je van websites hebt gehaald, modellen of theorieën uit boeken.
(Er is een apart artikel over APA met voorbeelden en tips: Bronverwijzing, APA regels)


Deelvraag al beantwoord, wat moet je dan in het hoofdstuk resultaten zetten?
Het kan voorkomen dat je een of meer deelvragen eigenlijk al hebt beantwoord door de informatie die je geeft in het hoofdstuk Contextanalyse of Theorie/ Literatuur. Dan is het niet nodig om deze informatie nog een keer te behandelen in het hoofdstuk Resultaten.


Overzicht van bijlagen (voorbeelden wat er in de bijlagen opgenomen moet worden) (Meer uitgebreid wordt Bijlagen behandeld in artikel 3).
Studenten vragen zich wel eens af wat er nog overblijft voor de bijlagen wanneer je de resultaten al hebt opgenomen in het hoofdstuk Resultaten.
Om een scriptie leesbaar te houden kan je sommige gegevens niet opnemen bij de resultaten.

Bijvoorbeeld:
-De letterlijke antwoorden die mensen hebben gegeven op de open vragen en half-open vragen uit enquêtes. Je moet dergelijke antwoorden dus samenvatten in het hoofdstuk Resultaten maar het complete overzicht van ALLE antwoorden de bijlagen.
-Transcripties moeten ook in de bijlagen. Transcripties zijn de letterlijke tekst van je gesprek met bijvoorbeeld een manager, expert (interview). Als je hebt gekozen voor kwalitatief onderzoek dan kan het ook een interview zijn met een klant, medewerker etc. Bij de resultaten geef je alleen de belangrijkste stukken van het interview (en vat deze samen).  In de bijlagen geef je dus ALLE TEKST. Dus ook de vragen die je stelde. En ook de antwoorden die er helemaal niet toe doen zoals de zin ...'Goedemorgen meneer Van Hulst, het interview gaat nu beginnen....
-
De complete enquête die je hebt gebruikt (dus een afbeelding van de enquête zoals die is verstuurd).
-Indien je (reclame) folders/ teksten hebt gebruikt om te analyseren (tekstanalyse) dan moeten die teksten ook in de bijlagen.
-Rechte tellingen. Dit zijn tabellen van alle enquetevragen met de resultaten. Je hebt de meeste tabellen ook al in het hoofdstuk Resultaten behandeld maar
als BEWIJS moeten de tabellen van alle vragen nog een keer in de bijlagen komen (zonder grafieken en zonder toelichtingen).


EINDE DEEL 2 van een 3 delige reeks over de inhoud van een scriptie.
Bekijk ook deel 1 en deel 3 uit de reeks. Klik hier voor een overzicht van alle artikelen.


The Research & Education Company BV is een full-service onderzoeksbureau. Bekijk hier inspirerende voorbeelden van innovatieve onderzoeksprojecten.
Voor junior onderzoekers hebben we de Steekproefcalculator die automatisch uitrekent hoeveel respondenten u netto moet realiseren voor een betrouwbaar en nauwkeurig onderzoek.

DEEL DEZE SITE MET MEDE-STUDENTEN
Er is veel zorg besteed aan deze uitleg. Het is begrijpelijk geschreven met duidelijk voorbeelden. Maandelijks bezoeken 4000 HBO (en WO) studenten onze site. Als je vindt dat de site je goed geholpen heeft, vergeet dan niet om dit te delen en te liken. 



MEER NUTTIGE ARTIKELEN