TIPS VOOR STUDENTEN DIE ONDERZOEK GAAN DOEN OF TENTAMEN WILLEN HALEN nr. 13
TIPS VOOR STUDENTEN DIE ONDERZOEK GAAN DOEN OF TENTAMEN WILLEN HALEN nr. 12
Hartelijk gefeliciteerd als je zover bent gekomen dat je je kennis en vaardigheden op het gebied van onderzoek mag toetsen in de praktijk of in een tentamen. Het is spannend want je moet nu laten zien dat je de lesstof hebt begrepen.
SCRIPTIEOPBOUW / HOOFDSTUKKEN ONDERZOEKSVERSLAG  DEEL 2
Dit artikel bestaat uit 2 delen en gaat over het schrijven van een onderzoeksverslag/ HBO-eindscriptie.
Hoofdstukindeling (Dit kan per Hbo-opleiding nog verschillen.  Informeer bij je opleiding of je een voorbeeldscriptie mag inzien).
Inhoud

  • Omslag/Titelblad

  • Voorwoord (dankwoord)

  • Inhoudsopgave

  • Management samenvatting

  • Inleiding

  • Theorie en context

  • Methode

  • Resultaten

  • Conclusie, Aanbevelingen

  • Reflectie/discussie

  • Literatuurlijst

  • Bijlagen


RESULTATEN

Het is wat verwarrend maar met 'Resultaten' bedoelen we niet de conclusies. Je hebt aan het begin van je onderzoek een aantal deelvragen geformuleerd. Deze deelvragen moeten beantwoord worden. Om te komen tot het antwoord op de deelvragen heb je gegevens verzameld (interviews afgenomen of teksten gelezen of enquêtes afgenomen of observaties gedaan). In het hoofdstuk Resultaten geeft de onderzoeker eerst de informatie die hij heeft gevonden. De onderzoeker plaatst ook opmerkingen bij de informatie zodat de lezer snapt wat straks de conclusie(s) zullen zijn.
Het is de bedoeling dat in het hoofdstuk Resultaten ALLE informatie wordt gepresenteerd die gebuikt wordt om tot het antwoord op alle deelvragen te komen. Je mag in de conclusie dus niet ineens komen met nieuwe feiten / nieuwe gegevens die je nog niet hebt laten zien in het hoofdstuk Resultaten.
Problemen:
Het kan voorkomen dat een deelvraag al is beantwoord in het hoofdstuk Contextanalyse of Theorie/ Literatuur. Dan hoeft je deze informatie niet meer te behandelen bij Resultaten.
Het kan ook voorkomen dat je enquêtes en interviews nog geen antwoord geven op de deelvragen. In dat geval mag je na het hoofdstuk 'Resultaten' een extra hoofdstuk toevoegen 'Antwoord op overige deelvragen'. Dit komt voor bij deelvragen waarbij het antwoord een combinatie is van verschillende soorten informatie. Bijvoorbeeld van zo'n deelvraag: Wat zijn de gevaren van een ander personeelsbeleid? Deze deelvraag wordt beantwoord door gegevens uit literatuur, gegevens uit interviews met managers,  interviews met experts en bijvoorbeeld een enquete. Ondanks dat je in je scriptie de resultaten van literatuuronderzoek, interviews en enquêtes al hebt gegeven heb je nog geen antwoord gegevens op deze deelvraag. In dat geval moet er dus een apart hoofdstuk worden toegevoegd.
 
en van interviews of presentatie van tabellen met uitkomsten van enquetes. In dit hoofdstuk worden de gegevens gepresenteerd die zijn verkregen uit ...................... Eerst worden de resultaten van de enquêtes behandeld, daarna de resultaten van de interviews. Omdat een aantal deelvragen nog niet direct wordt beantwoord door de resultaten van enquêtes en interviews is er een apart hoofdstuk voor de beantwoording van de deelvragen. Tenslotte worden in het hoofdstuk 'toepassing modellen' de gegevens gepresenteerd en toegepast op de modellen uit het theoretisch kader.

Schrijfstijl
Het hoofdstuk resultaten is niet bedoeld voor de eindconclusies. Je moet alleen de gegevens die je hebt verzameld met behulp van enquetes en/of interviews presenteren. Alles zo overzichtelijk mogelijk (gebruik grafieken).
Verdeel het hoofdstuk Resultaten als volgt:
I)    Resultaten kwalitatief onderzoek
II)  Resultaten kwantitatief onderzoek
III) Antwoord op deelvragen (die nog niet beantwoord zijn in I en II))
IV) Toepassen van modellen
Extrapunten TIP:  De afstudeercommissie geeft extra punten voor scripties waar de hoofdstukken als puzzelstukken in elkaar passen en de spanning van het onderzoek wordt opgebouwd. Dat doe je zo:
Inleiding, Theorie en Methode = Vertel de voorgeschiedenis en context van het onderzoek. Resultaten = Vertel welke gegevens er gevonden zijn. Resultaten dus niet vullen met conclusies. Hou het spannend! Conclusies = De antwoorden op de probleemstelling en deelvragen Aanbevelingen = Wat moet de organisatie met de conclusies?
Welke resultaten in het verslag en welke in de bijlagen?
Je hebt resultaten die in het verslag moeten en resultaten die in de bijlage moeten komen. Het verschil is niet moeilijk.
De bijlagen zijn bedoeld om BEWIJS te geven die de scriptiecommissie kan controleren. Je beweert namelijk dat je een enquete hebt gehouden met bepaalde vragen, een brief hebt gestuurd om mensen uit te nodigen, interviews hebt gehouden.
In de bijlagen horen dus: Een voorbeeld van de enquete die je gebruikt hebt; de brief die je hebt verstuurd, de LETTERLIJKE tekst van de interviews (transcriptie), rechte tellingen (de tabellen met alle percentages van de enquêtevragen), als je in SPSS hebt gewerkt om toetsen uit te voeren dan moeten de schermshots van bijvoorbeeld een CHI2 toets, T-toets etc ook in de bijlage.
In het hoofdstuk resultaten komen wel de belangrijkste resultaten van de interviews, eventueel samengevat in je eigen woorden. Resultaten van de enquêtes worden vraag voor vraag behandeld.
I) Resultaten kwalitatief onderzoek.
 
 
Het is een heel korte samenvatting bedoeld voor een directrice die 15 minuten de tijd heeft tussen twee vergaderingen om er naar te kijken. Ze wil alleen weten WAT er is onderzocht, WAAROM het is onderzocht en WAT er uit het onderzoek is gekomen (..meer niet!)
Een directrice doet er namelijk zelf niets mee. De samenvatting moet haar duidelijk maken wat voor ’schokkends’ er is onderzocht in haar bedrijf en wat ze ermee moet doen. Nog een keer goed lezen? Direct doorgeven (spoed) aan een manager? Aan een volgende onderzoeker geven? In een lade opbergen? ...Papierversnipperaar?
De totale samenvatting is maximaal 2 pagina’s lang (liever 1 pagina).
Begin met 3 zinnen over de aanleiding (er is een probleem / verbeterpunt in het bedrijf namelijk ….) . Om dat probleem aan te pakken is er een onderzoek gedaan naar …. Beschrijf kort de onderzoeksmethode (3-5 regels!)... interviews/ observaties / enquêtes… uitgevoerd... De directrice moet namelijk ook snel een indruk krijgen wat de kwaliteit is van het onderzoek.
Verder:  Iets over de hoofdvraag van het onderzoek en eventueel deelvragen die beantwoord worden. Daarna de belangrijkste conclusies. (Dus niet de resultaten van enquêtevragen maar  alleen de hoofdconclusies. Aanbevelingen sluiten de management samenvatting af. (Vergeet niet om als aanbeveling een vervolgonderzoek te laten doen naar ...).
Inleiding
Vertel aan het begin van elk hoofdstuk WAT de lezer in het hoofdstuk kan verwachten! De hoofdstukken Inleiding, Theorie, Methode, Resultaten etc… beginnen allemaal met deze leesaanwijzing.
Voorbeeld
Inleiding
Gestart wordt met het beschrijven van de aanleiding en relevantie van het onderzoek. Daarna worden doelstelling en probleemstelling omschreven. Daarna volgt kort de indeling van het verslag.
Een artikel in het vakblad Horeca en Hotel (2014) stelt dat de concurrentiepositie van Hotels sterk wordt bepaald door de kwaliteit van de medewerkers. In het bijzonder wordt de klantbenadering genoemd als een belangrijk aspect van de servicebeleving…. Met name de middelgrote hotels hebben problemen om de kwaliteit van de service hoog te houden. Een van de oorzaken is het verlies van de ’focus op presentatie’…. Als gevolg van hoge werkdruk neemt de aandacht voor presentatie af.
Het ABC Hotel in Woerden is zo’n middelgroot hotel …. Directeur ….. heeft  gevraagd om een onderzoek te doen naar de mogelijkheden om het personeel scherp te houden op het punt van presentatie. Doel van het onderzoek is …………. De probleemstelling luidt: Op welke wijze kan ……… Het onderzoek omvat de volgende deelvragen………………
Het onderzoeksverslag heeft de volgende indeling: Het telt … hoofdstukken en … bijlagen en een literatuurlijst. In hoofdstuk 1 wordt …. behandeld …. In hoofdstuk 2…. Etc…
Hoofdstuk Contextanalyse
In dit hoofdstuk worden de eerste, algemeen oriënterende gegevens gepresenteerd. Denk aan informatie uit het bedrijf over de huidige trainingen op het gebied van presentatie. Belangrijk is dat de informatie uit de contextanalyse  een sterk verband heeft met de probleemstelling.
Veel studenten gaan de fout in door in de contextanalyse veel aandacht te besteden aan onbelangrijke informatie. Dat komt doordat ze de standaard zinnetjes opschrijven van eerdere werkstukken. Ze vergeten om na te denken over wat RELEVANTE informatie kan zijn voor het oplossen van de onderzoeksvraag.
Het aanleveren van NIET RELEVANTE informatie in de context KOST juist punten! Want je laat dan zien dat je niet begrijpt wat we bedoelen met DE CONTEXT van een onderzoek.
Voorbeeld 1:  Als je onderzoek gaat over Ziekteverzuim is het fout om in de contextanalyse te schrijven over de locatie van het bedrijf, mooie omgeving luxe stranden…. Dat is NIET de context van je probleemstelling.  De beoordelaars van je scriptie zullen denken dat de ligging van het bedrijf totaal niets met ziekteverzuim te maken heeft. Voorbeeld 2: Als je onderzoek gaat over promotie van een bedrijf dan kan je in de contextanalyse WEL een beschrijving geven over de ligging van het bedrijf aan luxe stranden. Want de ligging is relevant  voor de promotie van het bedrijf en daar gaat de probleemstelling over!  Als de probleemstelling van de scriptie gaat over de promotie van het bedrijf dan hoort in de contextanalyse bijvoorbeeld een beschrijving van het huidige promotieprogramma, budgetten, promotieteam,  resultaten van eerdere promoties, organogram van het bedrijf met daarin aangeven waar de afdeling promotie onder valt en bijvoorbeeld informatie over het promotiemateriaal.
Een hulpmiddel om een goede contextanalyse te schrijven is de verdeling in micro-, meso- en macro-omgeving.
Contextanalyse met behulp van het kapstokje micro- meso en macro. Let er wel op dat het dus in elk stuk moet gaan over RELEVANTE informatie voor de probleemstelling.
Micro : De (directe) ’omgeving’ rondom de probleemstelling.  Het is informatie die makkelijk te verkrijgen is. Het gaat om gegevens uit het bedrijf, huidige klanten,  huidige manier van werken.  We noemen het ook wel INTERNE ANALYSE (gegevens van het bedrijf zelf).
Meso:  Informatie die te maken heeft met de probleemstelling en die te krijgen is uit de bedrijfskolom.  Dat is dus informatie over leveranciers,  producenten die samen de diensten/ producten leveren. Voorbeeld: Wanneer het probleem te maken heeft met promotie. Dan staat in de mesoanalyse informatie over bijvoorbeeld de promotieafspraken die gemaakt worden tussen de fabriek en de winkel.  Zoals : ’Het is in de bedrijfskolom gebruikelijk dat ook de fabrikant een deel van de promotiekosten betaalt’  [En vervolgens wordt er informatie gegeven wat de afspraken inhouden, hoeveel geld er wordt betaald, hoe de taken worden verdeeld tussen fabrikant en winkelier etc.).
Macro: Informatie die te maken heeft met de probleemstelling en die gehaald wordt BUITEN het bedrijf en ook BUITEN de bedrijfskolom van fabrikanten en tussenpersonen/ winkeliers.  Als de probleemstelling gaat over promotie dan wordt er in macro beschreven welke trends en ontwikkelingen er zijn (in Nederland/ Europa / de Wereld) op het gebied van de promotie.  Welke nieuwe technologieën zijn er voor de promotie?  Zijn er bepaalde ontwikkelingen in de bevolkingssamenstelling die invloed hebben op de promotie. Bijvoorbeeld:  ’Als gevolg van de vergrijzing moet het bedrijf er rekening mee houden dat de promotie afgestemd wordt op een oudere doelgroep. Dit vraagt om het inzetten van andere promotiekanalen dan alleen Smartphones’.
Valkuil!
Een fout die veel studenten maken is dat ze afdwalen van de probleemstelling. Wanneer de probleemstelling gaat over de promotie van fietsen is het GOED om informatie te geven over de leeftijdontwikkeling (vergrijzing). Want de promotie moet daar rekening mee houden. Maar het is fout om informatie te geven over de toegenomen politieke onrust in de wereld.
(Wanneer je probleemstelling echter gaat over het promoten van reizen naar het Midden Oosten dan is het juist GOED om in de macro een stuk op te nemen over de toegenomen politieke onrust in het gebied).
In een contextanalyse past dus wel een organogram / structuur van de organisatie. Maar ALLEEN als het echt helpt om de probleemstelling te verduidelijken.  Als je probleem gaat over presentatietechnieken van personeel dan past hierin geen organogram. Maar misschien wel een overzicht van de trainingen die het personeel krijgt.
Valkuil voorkomen!
Veel studenten dwalen af van de probleemstelling. In plaats van een verslag dat in details gaat en precies gaat uitzoeken hoe het zit.... Gaan ze pagina's vullen met bijzaken. (En meestal hebben die bijzaken wel IETS te maken met het onderwerp dus wordt al snel ALLES belangrijk). Het is ook erg makkelijk om pagina's te vullen. Het lijkt dan ook of je al erg opschiet met je scriptie.... Echter: Na een paar weken moet je een concept inleveren en dan blijkt dat er van de 20 pagina's maar 3 bruikbaar zijn...
Je moet dus eerlijk zijn naar jezelf. Wanneer je het gevoel hebt dat je afdwaalt van het kernprobleem van je onderzoek: STOP! Ga even met iemand praten over het kernprobleem, herhaal je probleemstelling en denk goed na.... WELKE RELEVANTE INFORMATIE kan ik nog toevoegen? Wat moet ik te weten zien te komen om het probleem beter te begrijpen?
Theorie (theoretisch kader)
In dit hoofdstuk worden bepaalde begrippen uitgelegd:  Wat verstaan we onder ’klantbeleving’ ? Welke theorieën zijn er over de relatie tussen klantbeleving en presentatie van personeel?
Om dit hoofdstuk te kunnen schrijven moet je de volgende vragen stellen en beantwoorden in je verslag: Welke modellen bestaan er die slaan op het probleem? Welke modellen wil je gaan gebruiken?
In het hoofdstuk Theorie leg je vervolgens ook uit wat de modellen betekenen.
Meer hoef je in dit hoofdstuk niet te doen. Maar later in je scriptie kom je terug op de modellen. Je komt gaat ze dan TOEPASSEN op jouw onderzoek. Dat kan in een hoofdstuk RESULTATEN maar ook in een hoofdstuk TOEPASSEN VAN MODELLEN. Op welke plaats je modellen toepast mag je zelf bepalen. Soms is het voor de lezer prettiger om eerst de resultaten gepresenteerd te krijgen en later te  lezen over de toepassing van de modellen. Soms kan je in het hoofdstuk resultaten direct terugkomen op de modellen.
Belangrijk is om in elk geval aan te geven waarom je voor een bepaald model / bepaalde modellen kiest. Je hoeft dus niet met alle modellen zover te gaan dat je ze ook toepast. Je moet een aantal modellen bespreken in het hoofdstuk Theorie. Je kunt dan later kiezen welk model je uitwerkt (bijvoorbeeld omdat dat model het beste aansluit op je onderzoeksgegevens).
Methodologie
In dit hoofdstuk wordt de methode van onderzoek beschreven. Er wordt uitgelegd welke aanpak is gekozen om gegevens te verzamelen. Dit wordt gemotiveerd. Ook wordt uitgelegd op welke manier de modellen worden gebruikt. De methode wordt per deelvraag behandeld.
Meestal worden de volgende onderwerpen behandeld:
- Gaat het om een beschrijvend onderzoek / verkennend onderzoek of een verklarend onderzoek?
- Vanuit welke overtuiging/ filosofie is er onderzoek gedaan?
- Wordt het onderzoek gedaan met een bepaalde theorie/ verwachte uitkomst? Of is er geen theorie / verwachte uitkomst? ( lees: deductief ? of inductief ?)
- Kwalitatief of Kwantitatief onderzoek (of beide?)
- Aanpak/ details: WAT ga je dan precies doen? Met wie ga je praten. Wie ga je enquêteren? Hoeveel? Waarom dat aantal? Hoe ga je interviewen?
Je moet ook laten zien dat je de voor en nadelen van een bepaalde methode kent. Schrijf dus op wat je hebt geleerd over aandachtspunten van de methode(n).  Hiervoor pak je je aantekeningen van het vak onderzoeksmethoden er nog eens bij. Je kunt ook de boeken uit de les raadplegen en nalezen wat aandachtspunten zijn van een bepaalde methode.
In dit hoofdstuk horen ook thuis (bijvoorbeeld)
- Berekenen van de benodigde steekproefomvang.
- Beschrijving (in detail) van jouw manier van interviewen.
- Beschrijving (in detail) van jouw manier van observeren.

  • Uitleg over de manier waarop onderzoeker zorgt voor betrouwbare uitspraken, validiteit, generaliseerbaarheid, voldoende nauwkeurigheid. Als je gebruik maakt van enquêtes moet je laten zien dat je de steekproefformule beheerst. Laat zien dat je zelf kunt uitrekenen hoeveel enquêtes er afgenomen moeten worden. (zie eventueel mijn andere blogs over dit onderwerp)


Valkuil!
In het hoofdstuk methodologie beschrijf je hoe het onderzoek uitgevoerd zou moeten worden (als alles naar wens verloopt). Je geeft dus geen resultaten. Wanneer je dus te weinig enquêtes hebt afgenomen dan moet je dat beschrijven in het hoofdstuk Resultaten. Ook de gevolgen die het afnemen van te weinig enquêtes heeft voor de betrouwbaarheid van je onderzoek moet je pas bespreken in het hoofdstuk Resultaten.
Einde deel 1: Schrijven van een HBO scriptie
Alex Feijt is docent Methoden en Technieken van onderzoek. The Research Company geeft nuttige tips en duidelijke uitleg over onderzoek. Meer info, met uitleg en hulpmiddelen voor onderzoek zoals een GRATIS tool voor studenten die online willen enqueteren (zonder reclames) : www.rcompany.nl

 BETROUWBAARHEID EN VALIDITEIT
Draadstaal straatinterview 
Terug naar overzicht